Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Dirk Meylaerts - 2007 - Twijfelvormen voor elke dag [NL, essay],
Tekst , 6 p.

 

__________

Hans Theys

 

 

Twijfelvormen voor elke dag

Enkele woorden over de edities van D&A lab

 

Enkele maanden geleden richtte de ontwerper Dirk Meylaerts samen met Bruno Rouffaer een bedrijf op dat zich bezighoudt met het uitgeven van voorwerpen die ze laten ontwerpen door kunstenaars en samen met hen klaar maken voor productie. Het bedrijf luistert naar de naam D&A lab. De hoofdletters in deze naam staan ongetwijfeld voor de woorden ‘design’ en ‘arts’, die door de oprichters niet als twee duidelijk onderscheiden, afzonderlijke domeinen ervaren worden, ook al zijn er natuurlijk verschillen. De wereld van het design biedt de kunstenaar nieuwe mogelijkheden, terwijl de kunstenaars door hun specifieke benaderingen het design verrijken.

‘D&A lab brengt de weerbarstigheid en het unieke, niet-functionele karakter van kunst in aanraking met de zachtheid/hardheid en functionaliteit van het designobject,’ vertelt Bruno Rouffaer. ‘De spanning tussen beide vormen wekt een krachtveld op dat zich uit in de unieke objecten. D&A lab confronteert de kunstenaars. Het daagt ze uit om met nieuwe technieken een werk te creëren dat het midden houdt tussen kunst en design. Aan de koper om te beslissen aan welke kant van de lijn hij het voorwerp wil plaatsen.’

‘Design behaagt, kunst werkt tegen,’ vertelt Dirk Meylaerts. ‘Design is gebaseerd op het idee van de noodzakelijkheid: mensen kopen dingen die ze nodig hebben. Tegelijk biedt het een meerwaarde, die zo aantrekkelijk mogelijk wordt gemaakt. Design wil verkocht worden. Het belooft meer dan het nut dat het kan afwerpen. De klant koopt een visueel of tactisch comfort, een stijl, een naam, een status. Kunst wil ook wel verkocht worden, maar niet ten koste van een wezenlijke weerbarstigheid.

Ogenschijnlijk zijn er nog meer verschillen tussen kunst en design. Kunst lijkt meestal gemaakt te worden om het eigen tijdperk te overleven, design mag tijdsgebonden zijn. Toch stellen we nu ook vast dat tal van designmeubelen niet alleen hun eigen tijdperk overleven, maar zelfs meer geapprecieerd worden met een patina. Een kunstwerk wordt vaak maar één keer gemaakt. Het is eenmalig. Design wordt op verschillende exemplaren gemaakt. Kunstwerken zijn vaak artisanaal. Design wordt meestal industrieel vervaardigd.

De brugfunctie van D&A lab bestaat erin kunstenaars de mogelijkheid te bieden gebruiksvoorwerpen te laten vervaardigen die een zekere mate aan weerbarstigheid mogen behouden. Het doel is de artistieke waarde zoveel mogelijk te vrijwaren, maar het voorwerp op technisch gebied zo strak mogelijk te ontwerpen of zinvol te laten zijn.

Het mooiste voorbeeld van deze wisselwerking is allicht de kast die Dimitri Vangrunderbeek ontwierp met Dirk Meylaerts. Vangrunderbeek is een kunstenaar die vertrouwd is met meubels. Zijn grootvader was schrijnwerker en zijn ouders dreven een meubelzaak. Zelf heeft hij tal van kunstwerken gemaakt op basis van doorgesneden of in houten boxen ingepakte meubels. Bladerend door de Muhka-catalogus over Vangrunderbeeks werk werd Meylaerts getroffen door een vroeg werk, waarbij uit een groot karton silhouetten van wandelende figuurtjes gesneden werden en aan de voetjes omhoog geklapt. Dit mooie motief, dat door de verschillende richtingen van de figuurtjes, de openingen en de vele schaduwen een heel beweeglijk beeld oplevert, leek Meylaerts een prachtig middel om een kast te maken waarvan de wanden verstevigd worden door het opklappen van de figuurtjes Staal wordt steviger als het geplooid wordt (vandaar de perforaties met opkrullende randen van bijvoorbeeld de metalen latten die gebruikt worden om op vrachtwagens te rijden). Het decoratieve element krijgt zo een functie.

De kunstenaar Michel François ontwierp een lamp voor D&A lab. Hij is erg blij met het resultaat, omdat hij erin is geslaagd een designartikel en tegelijk een poëtisch voorwerp te maken door de esthetica en de functie niet met elkaar te verzoenen, maar juist uiteen te trekken. Het esthetische gedeelte bestaat uit een wit, in alle richtingen kronkelend buisje waar het snoer doorheen loopt. Onderaan loopt het snoer nog dertig centimeter door, waar het uitmondt in een eenvoudige fitting met gloeilamp. Wie dit voorwerp ziet, denkt meteen aan een hele reeks kunstwerken van Michel François, die vaak met gips en met lampen of polyester namaak-lampen heeft gewerkt. Voor recente tentoonstellingen in New York en Berlijn liet hij lange, smalle neonlampen zodanig buigen dat ze er vanuit verschillende hoeken gewoon uitzien als een rechte buis, terwijl je vanuit één hoek kan zien dat er bochten in zitten. Als hij er drie ophangt aan het plafond, zoals in Berlijn, kan je vanuit elke hoek van de ruimte twee rechte en één kronkelende neonlamp zien. Sinds Berlijn experimenteert François ook met voorwerpen en structuren die hij herhaaldelijk in gips dompelt. De textuur van deze werken is verwant met de textuur van de lamp voor D&A lab, die niet van gips is, maar laag voor laag opgesteven wordt met de Rapid Prototyping techniek. Tenslotte doet de organische vorm van de kronkel ook denken aan de prachtige tekening ‘Portret van een kauwgom’.

Jan Vercruysse ontwierp een mes ‘om rosbief mee te snijden of iemand dood te steken’. (We denken meteen terug aan een van zijn vroege foto’s, waarop een naakte dame een groot en scherp mes met de punt op de hartstreek laat rusten.) Het is een volledig met de hand vervaardigd stalen mes met een handvat dat bestaat uit twee verschillend gekleurde, langwerpige, glazen buisjes, die gescheiden worden door een geoxideerde, zilveren ring. Aangezien de ring geoxideerd moet zijn, kan het handvat niet gepolierd worden na de assemblage. Alle stukken moeten volmaakt afgewerkt worden vooraleer de assemblage een aanvang kan nemen. Het glas kan niet geblazen of gegoten worden. Het wordt met een waterjet gesneden uit optisch glas dat afkomstig is uit Tsjechië. Meylaerts was al vertrouwd met Vercruysses perfectionisme toen hij hem uitnodigde, omdat hij als jongeman werkzaam was in de schrijnwerkerij waar Vercruysses Tombeau’s werden vervaardigd. ‘Ik herinner mij hoe hij ons heel geduldig en omstandig uitlegde hoe we de hoeken van deze sculpturen met de hand glad moesten schuren,’ vertelt Meylaerts. ‘We mochten dat niet doen met een machine, omdat de (niet nagestreefde!) imperfectie die het gevolg zou zijn van het vlakschuren met de hand (je schuurt altijd een beetje meer hout weg in het midden) het voorwerp een menselijk detail verleende dat onontbeerlijk was. Het mooie aan het huidige project is dat we op een artisanale manier de perfecte gelijkvormigheid van industrieel vervaardigde producten nastreven.’

Dirk Meylaerts toont mij een object dat hij zelf heeft gemaakt: een oude matras die bespoten werd met een dieprode, uiterst taaie, zowel elastische als harde verf die eigenlijk bestemd is voor het schilderen van zwembaden. Het is een mooi, sensueel, speels voorwerp dat er tegelijk nieuw en oud uitziet. Het doet denken aan speelgoed of aan plastic meubels, maar ondanks de verf herken je de antieke, onder de verf vermoedelijk nog altijd ongewassen bloemetjes die op matrassen de plaatsen aangeven waar de boven- en onderkant van een matras worden samengehouden. Eigenlijk gaat Meylaerts hier te werk zoals een kunstenaar. Hij ontwricht en verplaatst een voorwerp, waardoor het op een nieuwe manier zichtbaar wordt. ‘In deze vorm is het object niet verkoopbaar,’ vertelt hij, ‘omdat het niet genoeg lijkt op een meubelstuk. Ik heb al geprobeerd het object samen te binden met touwen, maar dan lijkt het helemaal nergens meer op.’ In hetzelfde vertrek bevindt zich een tafel die Meylaerts heeft ontworpen. De brede randen van het tafelblad zijn bekleed met vilt. ‘Als mensen uit de designwereld zoiets zien vragen ze mij meteen wat de klant verondersteld wordt te doen als hij of zij een glas wijn morst,’ vertelt de ontwerper. ‘Design moet afwasbaar zijn of niet zijn. Ik ben echter juist op zoek naar voorwerpen die een bepaald patina kunnen vergaren zonder lelijk te worden. In Japan noemen ze dat wabi-sabi. Veel hedendaags design wordt gemaakt om heel even mee te gaan en dan weggegooid te worden. Dat geldt voor kleren, maar ook voor meubels. Maar aan de andere kant wil niemand een ongebruikt slagersblok in zijn keuken. Als zo’n blok niet uitgesleten is door jarenlang gebruik wordt het niet mooi gevonden. Ook in de kunst mis ik dat mooie verouderen. Als de “slijtage” of de “usure” niet als thema behandeld wordt, zoals bijvoorbeeld bij Michel François, dan wordt er vaak geen rekening mee gehouden. Dat is trouwens ook een van de redenen waarom je kunst niet mag aanraken: het voorwerp moet onveranderlijk en tijdloos lijken.’

Lionel Estève ontwierp een asbak op basis van zijn gebit. Het is een fraai en zelfs elegant voorwerp. Wit en glanzend. Op de plek waar twee tanden ontbreken kan een sigaar rusten op het tandvlees. ‘De eerste maquette zag er niet zo mooi uit,’ vertelt Dirk Meylaerts. ‘Ik heb haar laten namaken en tegelijk lichtjes laten uitvergroten door de keramist Piet Stockmans. Oorspronkelijk had ik Lionel Estève gevraagd meubels te ontwerpen op basis van zijn met touwen samengebonden ballonnen, maar hij stond erop dit werk te maken. Ik ben blij dat ik hem heb vertrouwd. De eerste keer dat ik de asbak toonde was tijdens een vernissage van een galerietentoonstelling. Iedereen had boeiende vragen over het voorwerp, dat meteen als een kunstobject werd beschouwd. Het is net dat soort vragen dat ik binnen de designwereld zou willen oproepen.’

‘Met Pierre Bismuth is het iets anders verlopen. Hij ontwierp een tapijt dat bestaat uit verschillende kleurvlakken waarvan de toenemende grootte overeenstemt met de reeks van Fibonacci. Voor Pierre was het belangrijk dat het tapijt uit elkaar genomen kon worden, zodat je de vlakken van plaats kan veranderen of zelfs een stuk van de vloer bloot kan laten. Ik vond dat niet commercieel genoeg. Maar nu besef ik dat ik zijn ontwerp op die manier gereduceerd heb tot een tweedimensionaal plaatje, tot een louter beeld dat we hebben laten omzetten in wol. Daarom ben ik nu op zoek naar een oplossing met ritsen of velcro. Ik wil dat de artikelen die ik samen met kunstenaars maak in beide werelden overeind blijven. Ze moeten zowel kloppen in de context van de kunst als in die van het design.’

Bij elk ontwerp gaat Meylaerts op zoek naar de beste fabricagemethodes en materialen. Voor de tafel met stoelen van Jan Fabre is hij op zoek gegaan naar een alternatief voor de blauwe bic. Hij is uitgekomen bij een techniek waarbij alle onderdelen met in olie gedrenkte handen op een unieke manier worden bepoteld vooraleer ze gebakken worden. De glazen onderdelen van de meubels worden niet aan elkaar gekleefd, maar gesmolten, waardoor ze een heel specifieke, ongewone oppervlaktetextuur hebben gekregen. ‘De stoelen wegen 45 kilo per stuk,’ vertelt Meylaerts, ‘dat druist in tegen elke logica van het design, dat zoekt naar voorwerpen die zo licht en zo stevig mogelijk zijn. De mensen waren ook verrast door het woord “verzet”, dat werd uitgespaard in het tafelblad. Ze vonden dat vreemd: een tafelblad met gaten.’

Frédéric Tolmatchef ontwierp een zonneblind met brede, horizontale latten en liet zich daarbij inspireren door het bekende speelgoed dat eruitziet als een reeks plankjes die je met één hand ophoudt en waarbij je door het kantelen van het bovenste plankje de indruk kan wekken dat je een plankje naar beneden laat tuimelen. Meylaerts vertelt hoe moeilijk het was dit voorwerp te realiseren. Om te beginnen hadden ze een elektromotor nodig met een mechanisme dat 180° kon draaien om de eerste lat te doen kantelen. Uiteindelijk vonden ze die in ruitenwissers voor vrachtwagens. De zonneblind is aangesloten  op een computer met instelbare timer, zodat je het scherm kan laten bewegen door op een belknopje te drukken. Het kan geprogrammeerd op basis van toeval. Op de kunstbeurs wordt een deurbel-versie voorgesteld. De zonneblind kan op maat gemaakt worden. ‘Dit is een zeldzaam voorwerp binnen het design,’ vertelt Meylaerts, ‘omdat het dynamisch is, omdat het geluid produceert en omdat het een veranderlijk oppervlak heeft.’

Freek Wambacq ontwierp een monolithische kast met een metalen, spiegelende afwerking. De kast is zowel vooraan, opzij als achteraan afgewerkt met roestvrij hoogglans staal zodat het meubel vrij kan staan. De bekleding gebeurde met vier grote lappen staal. Alleen bij de scharnieren en aan de spleet tussen de deuren wordt het spiegelend oppervlak onderbroken. Het staal werd vooraf gerold en dan op de houten constructie gekleefd. Vooraan heeft de kast geen hoeken op de zijkant, het meubel wijkt met een mooie ronding naar achteren. Het piepkleine sleuteltje duidt aan dat het om een kast gaat. Binnen is die afgewerkt met een olijfkleurige fluweelverf. ‘Voor mij is het mooiste aan dit voorwerp dat de fragiliteit van de spiegel bewaard gebleven is,’ vertelt Meylaerts. ‘Het is een echte heksentoer dat staal zo te rollen en te kleven zonder dat het gaat kreuken of op een andere manier beschadigd raakt. De kast heeft ook een intrigerende aanwezigheid. Op het eerste gezicht komt ze koud over, maar door het menselijke formaat lijkt ze dan weer vertrouwd. Ze is imposant, maar toch omarmbaar.’

Van Perry Roberts produceren we een zitbank die afgewerkt is met lange lappen stof in verschillende kleuren. De lappen stof, die aan één zijde vast zitten, kunnen in verschillende volgordes over elkaar geslagen worden, zodat je de bank zelf en ander uitzicht kan geven. Deze bank maakte gewoon deel uit van Roberts oeuvre. Hij maakt geen onderscheid tussen kunst en design. Een van de hoofdthema’s van zijn werk kan omschreven worden met de woorden keuze, twijfel en beslissing. Dit thema krijgt duidelijk zijn beslag in het ontwerp van deze bank.’

Tot slot is er de editie op basis van een kunstwerk van Ann Veronica Janssens. De editie betreft een op maat verkrijgbare, spiegelende wieldop voor een auto. Ann Veronica Janssens beschouwt auto’s als een soort van bewegende kunstenaarsateliers. Vanuit een rijdende auto kan ze een voortdurend verglijdend beeld waarnemen. Alles verandert voortdurend van verhouding en kleur. Een groot deel van het oeuvre van Ann Veronica Janssens nodigt de toeschouwer aan de hand van sculpturale voorstellen uit dit onafgebroken veranderen van onze omgeving (of het beeld dat we erop projecteren) bewust te ondergaan en niet als iets bedreigends, maar als iets wonderlijks te ervaren.

 

Montagne de Miel, vrijdag 9 maart 2007.