Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Mesut Arslan - 2007 - Stijn Streuvels in Turkije [NL, essay],
Tekst , 3 p.

 

_________

Hans Theys

 

Stijn Streuvels in Turkije

Over Mesut Arslan, het festival 0090 en nationale identiteit

 

Deze zomer heeft de minister van cultuur besloten twee positieve adviezen van adviescommissies naast zich neer te leggen en de subsidie voor 0090 niet te verhogen van 100.000 naar 180.000 Euro. Dit is geen uitzonderlijke gebeurtenis en het is allicht een hopeloze zaak ertegen te protesteren. Toch zou ik daar graag een paar woorden over zeggen. Wat is 0090? Waarvoor worden ze gesubsidieerd? En waarom zouden deze subsidies bijna moeten verdubbelen? Waarom vinden de commissies dat deze subsidies verhoogd moeten worden en waarom vindt de minister van niet?

0090 is de vrucht van een ontmoeting tussen de Stad Antwerpen en de theatermaker Mesut Arslan en zijn medestanders Murat Can en Aliye Kurumlu. Toen het cultuurcentrum van Berchem enkele jaren geleden een festival wilde organiseren voor de Turkse gemeenschap in Antwerpen, naar analogie met het Moussem-festival dat gewijd is aan de Marokkaanse cultuur, kreeg het van de Turkse gemeenschap twee verschillende reacties. Sommigen opteerden voor een folkloristisch gebeuren met aandacht voor de geschiedenis en de traditie van het Turkse volk. Anderen kozen voor een kunstenmanifestatie met experimentele kunstenaars die aansluiting zoeken bij het internationale discours over hedendaagse kunst. Na heftige discussies werd beslist beide initiatieven te steunen. Uit de tweede optie ontstond het festival 0090. Met het geld dat 0090 toen van de stad Antwerpen kreeg, werd in oktober 2004 de eerste versie van het festival gepresenteerd. Twee jaar later werd het initiatief erkend en gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap. In 2006 en 2007 volgden de tweede en de derde editie van het festival. De laatste editie trok 4000 toeschouwers aan. Ter vergelijking: het befaamde KunstenFestivaldesArts heeft er 10.000.

Ik heb verschillende voorstellingen van de eerste en de tweede editie gezien. Op 14 oktober 2004 schreef ik, in een publicatie over de laureaten van de Horlait-Dapsensprijs van dat jaar: ‘Gisteravond zag ik de Turkse zang- en theatervoorstelling “Ashura” die bedacht en geregisseerd werd door Mustafa Avkiran. In die voorstelling horen we eeuwenoude, door minderheden in Turkije gezongen liederen in het Hebreeuws, Armeens, Arabisch, Turks, Grieks, Koptisch, Koerdisch, Sefardisch, Syrisch, Zaza, Pontus en Laz. Het leek wel ontwikkelingshulp aan een oud, versleten en onverwarmbaar land (België dus) waar de mensen niet meer kunnen zingen en dansen. In een bijgaand geschrift las ik dat er in het begin van de 20ste eeuw in Turkije ook nog Albanees, Perzisch en Circassisch werd gesproken en ik dacht met weemoed aan de blondgelokte, christelijk-circassische geliefde van Leo Africanus over wie misschien geen getoonzette liefdesklacht is overgebleven. De voorstelling deed mij denken aan Bob Dylan, die in het begin van de jaren zestig een eigen, onvast brouwsel van traditionals, folk, bluegrass, country, talking blues, gospel, hillbilly en rock ‘n’ roll kruiste met een nieuwe, barokke vorm van songteksten, die hij zong als een neuzelende Marlon Brando.’

De grondgedachte van 0090 is het besef dat een nationaal of internationaal verbreide ‘cultuur’ altijd voortkomt uit het werk van enkelingen, die de mogelijkheden van nieuwe gevoelens, gedachten, vormen, texturen, technieken of technologieën voor het eerst zichtbaar of voelbaar hebben gemaakt. Vaak krijgen deze nieuwe vormen gestalte in de handen van migrantenkinderen zoals Bob Dylan, Andy Warhol of Serge Gainsbourg. Net zoals joden, homoseksuelen, vrouwen of andere genegeerde, vertrapte of verschillend opgevoede leden van de gemeenschap bekijken ze de wereld vanuit een verschoven standpunt, zodat ze haar scherper waarnemen (minder versluierd door gewoonte en traditie). Deze nieuwe mogelijkheden worden gemeengoed en verworden zo langzaam tot verstarde vormen.

De formule van 0090 komt hierop neer dat hedendaagse kunstenaars die wonen in de staat Turkije een kans krijgen hun voorstellingen hier te tonen. Er worden echter ook coproducties opgezet en creatiemogelijkheden aangeboden. De voorstellingen gaan gepaard met debatten. Kunstenaars worden aan elkaar voorgesteld. De voordelen van een festival (bestaande producties vinden een verspreiding in het buitenland en worden daar onverhoopt bereikbaar) worden gekoppeld aan die van een kunstencentrum (creatieopdrachten, coproducties, residenties). Zo heeft ook 0032 vorm gekregen: een kunstenfestival dat door 0090 wordt georganiseerd in Turkije, zodat de mensen daar kunnen kennismaken met hedendaagse kunstenaars uit het westen. Dit jaar is het onder andere de beurt aan Meg Stuart, wiens werk een week lang getoond en besproken wordt in Istanboel. De gemiddelde leeftijd in Turkije is 26. Buiten het officiële circuit bestaat er maar één niet gesubsidieerd theater (dat is voortgekomen uit ‘Ashura’), maar heel veel mensen zijn bezig met hedendaagse kunst en theater. ‘Momenteel wordt bijvoorbeeld veel theater gemaakt met objecten,’ vertelt Mesut Arslan, ‘maar ze kennen de voorgeschiedenis van het theater niet en kunnen die objecten niet echt gebruiken. Door hen in contact te brengen met Meg Stuart kunnen we tonen hoe objecten werkelijk een functie kunnen krijgen op de scène.’

Tot slot stelde 0090 voor een festival te organiseren in Bulgarije, waar elk jaar twee miljoen mensen met de Turkse nationaliteit minstens twee keer per jaar voorbijrijden zonder dat ze het land kennen, ook al maakte het vroeger deel uit van het Ottomaanse rijk.

De ‘Vlaamse’ dans is voorgekomen uit een verblijf van Anne Teresa De Keersmaeker in New York.

Het grootste verwijt dat 0090 wordt gemaakt – en hierin schuilt vreemd genoeg de mogelijke motivatie voor de weigering van de minister – is dat zij weerstand bieden aan de steeds toenemende druk om duidelijk herkenbare ‘Turkse’ kunst te tonen. Honderden keren hebben de mensen van 0090 in debatten, dossiers en adviesraden proberen uit te leggen dat er niet zoiets bestaat als ‘Turkse’ kunst of een ‘Turkse’ identiteit, maar deze gedachte schijnt even moeilijk te begrijpen te zijn als de evolutieleer. Samengevat komt het hierop neer dat in Turkije 47 bevolkingsgroepen met een verschillende culturele achtergrond wonen. Je zou het land kunnen vergelijken met de Verenigde Staten, dat ontstaan is door een soortgelijke instroom van mensen die hun eigen culturele achtergrond (gedeeltelijk) hebben bewaard. (Of met Groot-Brittannië, omdat de instroom vooral te wijten is aan een imperialistisch verleden.) Waarin bestaat de Amerikaanse of identiteit? Allicht in de manier waarop wordt omgegaan met deze verscheidenheid.

Waarin bestaat de Vlaamse identiteit? Hoe Vlaams is Stijn Streuvels? Dat zou ik u willen vragen. Ik heb net vier romans van zijn hand gelezen. Prachtig! Huiveringwekkend. Maar daar is niks specifieks Vlaams aan, tenzij de gebruikte taal. De gebruiken die beschreven worden kunnen net zogoed de gebruiken zijn van Eskimo’s of van Chinese rijsttelers. Dat zijn gedachten en gevoelens van bosjesmannen of aboriginals. We komen de onverroerbare natuur van Ghandi tegen of die van de Dalai Lama of die van Sophokles. Een natuur die haar gang gaat en waait waar zij wil. Hetzelfde geldt voor Nicolai Gogol, van wie lang gedacht werd dat hij een fenomenaal schilder was van de Russische ziel. Ooit heb ik in ‘Dode zielen’ alle passages opgezocht waarin het authentieke Rusland zogezegd geëvoceerd wordt. Ik zou er hier graag twee citeren: ‘Zo is de Rus nu eenmaal: een sterke hartstocht om kennis te maken met ieder die ook maar één rang hoger is, en een graaf of vorst die hij op straat kan groeten, vindt hij belangrijker dan allerlei intieme vrienden.’ ‘De herberg was een soort Russische boerenhut, alleen wat groter.’

Hoe kan van 0090 verwacht worden dat het de behoefte aan culturele diversiteit invult door de Turkse werkelijkheid en traditie op een karikaturale manier voor te stellen en te ontkennen dat cultuur wordt voortgebracht door individuen en niet door staten? We kunnen niet anders dan terugdenken aan Witold Gombrowicz, die decennialang werd verweten niet ‘Pools’ genoeg te schrijven en die daar duizenden keren op heeft geantwoord dat hij een Pool was en dat daardoor alles wat hij deed of maakte ‘Pools’ zou zijn. Zonder afzonderlijke mensen, die warrig zijn zoals u en ik, maar toch altijd gebonden aan hun opvoeding, bestaat er geen ‘cultuur’. En daarom kan elke ‘cultuur’ oneindig verscheiden zijn. Uiteindelijk zal alleen het versterken van dit soort verscheidenheid een antwoord kunnen geven op de onwerkbare tegenstelling tussen integratie en integrisme.

Tot nog toe hebben de organisatoren van 0090 onbezoldigd gewerkt. Dat is een fijn staaltje van toewijding, vooral in een gemeenschap waar het grootste deel van de subsidies voor plastische kunst wordt toegewezen aan zichzelf in stand houdende kunstencentra, zodat uiteindelijk slechts een fractie van het geld bij de kunstenaars belandt, deels onbruikbaar geworden door absurde voorwaarden en door de gebondenheid aan een plek of organisatie. Met 0090 zijn mensen aan het werk die denken vanuit dringende behoeften van onze samenleving, de werkelijke behoeften van kunstenaars én de behoeften van het publiek. Hun analyse van deze behoeften lijkt mij juist te zijn. Hun werkmethode is adequaat. Ze zouden zo goed mogelijk gesteund moeten worden.

 

 

Montagne de Miel, 23 augustus 2007