Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Willy Vynck - 2009 - Uitgebeend [NL, essay],
Tekst

 

__________

Hans Theys

 

 

Uitgebeend

Voorwoord bij de publicatie 'Beste Lezer' van Willy Vynck

 

In dit blad vindt u een tiental stukjes van de schrijver en fotograaf W.V. De stukjes en de bijgaande foto’s werden gekozen door Ida De Vos. Er bestaan veel meer foto’s en geschreven stukjes, genoeg om een prachtig boek te vullen, maar W.V. is te beschroomd. ‘Een krant is genoeg,’ zegt hij, ‘iets dat ge op de toonbank ziet liggen en dat ge wilt meenemen. Ik ben nog niet bekend genoeg om een echt boek te maken.’ En dus hebben we een krant gemaakt.

‘Wij krijgen soms een lage hemel. Waar we onder door moeten. Onder het grijs.’ Aldus de aanhef van een stukje van W.V. En het is waar. Want deze dagen hangt de hemel laag als een grijs deksel, gelijk Baudelaire schreef, en ge moet gebukt lopen om u niet te stoten. Gelukkig zijn er nog mensen die tot ons spreken, vanuit andere tijden, zoals Marcus Aurelius, in zijn aantekeningen voor zichzelf, of Claude Lévi-Strauss in Tristes Tropiques, of Gerard Reve, of Bordewijk, of Nescio, of Elsschot, of iemand anders die niet schrijft om de stilte weg te jagen, maar juist om haar te installeren. Om nadien te kunnen zwijgen. Opdat wij allemaal fatsoenlijk zouden kunnen leven en sterven en op tijd onze boodschappen doen.

Het is onnozel iets te willen toevoegen aan een kunstwerk, meen ik. Soms kunt ge niet anders, omdat ge er uw brood mee wint, maar als het niet echt moet, dan liever niet. En dit zijn klaarduidelijk stukjes waar een ander niks aan toe moet voegen. Ik toon ze u zelf, in de vorm van drie fragmenten, die ik heb losgeknipt :

‘Kunstenaars maken talloze werken. Daar komt geen einde aan. Het lijkt voor hen een lange weg. Naar iets dat ze niet vinden. Niet wetend wat ze zoeken? Of is elk werk gewoon een ander onderwerp? Waarover ze het willen hebben. Met ons. En zijn ze niet op zoek naar dat ene onderwerp. Waarmede ze alles kunnen zeggen. Ineens?

Of dachten ze toch dat werk te zien? Toen ze hun laatste stuk voor ogen hielden. Het ene werk waarmede ze alles zouden zeggen. Over alles. En tegelijk? Eén enkel werk dat ons overal diep snijdt. De tijd doorstaat. Gelijk voorname huizen. Of moet een kunstenaar lopen in alle straten tot aan het eind. Op zoek naar het verschoten rood. In dakpannen. En is hij daardoor nooit jong geweest. En altijd lopend als afgeleefd?’

‘Ik rook nog eens. Draaide de schoen. En duwde de neus van de ene in de hals van de andere. Gelijk je je neus duwt in de hals van je geliefde. Tijdens de omhelzing. Voor je elkaar verlaat.’

‘Je kan ook op je rug sterven. Voortdurend draaiend in de rondte. Gelijk een vlieg.’

Maar tegelijk is het laf van mij om niks te zeggen. Het is ook onfatsoenlijk. De kunstenaar maakt zich kwetsbaar en ik zou buiten schot willen blijven?

Ik hou van de notities van W.V. Ik vind ze prachtig geschreven. Ze zijn raak en naakt, uitgebeend en op een nederige manier grappig. Als getuigenissen van iemand die volop heeft gekeken en gevoeld. En dat is ook zo. Want vrijwel elke ochtend vroeg trekt W.V. erop uit. Soms gaat hij zeilen op het strand, vaak neemt hij de trein naar een verre bestemming om iets moois te gaan bekijken.

In zijn foto’s zien we hoe het licht architect wordt. Sloper of bouwer. En we zien mensen in warrige, vreemd aangesneden choreografieën, samen schuilend, zich reppend, verdwalend. We zien een dolen en een thuiskomen, geënsceneerd door een man die wandelt en kijkt en nog eens kijkt.

 

 

Montagne de Miel, 1 oktober 2009