Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Willy Vynck - 2015 - Alles over krulspelden [NL, essay],
Tekst , 1 p.

 

__________

Hans Theys

 

Onlangs herlas ik voor de derde keer alle boeken van W.G. Sebald, omdat ik er enkele mooie pagina’s over wilde schrijven. Maar de boeken vergruisden. Ik telde het aantal keren dat de woorden stilte en roerloos voorkwamen en de lust over deze boeken te schrijven verdween. Aanvankelijk toonden ze zich als dromen, nu zie ik hoe ze gemaakt zijn, en lijkt alles gewoon. En toen las ik drie pagina’s over Proust. Compleet futiele zever. En ik dacht: wie wil er nu over Proust of Sebald schrijven? Hoe griezelig is dat niet? En ik herinnerde mij Karel van het Reve’s inleiding bij zijn wonderlijke geschiedenis van de Russische literatuur, waarin hij schrijft dat de enige goede reden voor het schrijven over boeken berust in de aardigheid die je hierin kan vinden.

De heer Vynck schrijft mij dat een bigoudi een krulspeld is, ‘door vrouwen in het haar gedraaid’. Een bigoudi ziet er niet uit, maar is een noodzakelijke mal voor de latere, elegante krul. Zo staat ze voor de verwachting van het mooie, maar ook voor het geknoei, het knutselen, het hopeloze, de hoop. In de verhalen en brieven van Vynck is telkens weer sprake van kanalen, wegels, doolhoven, serres, dozen, trappen, enge gangen en treinen. Binnen het keurslijf van deze mallen droomt de mens zich een krullend leven. Hij staat voor de spiegel, in de enge gang van zijn eigenliefde, en trekt smoelen zoals zijn vader, die zo heel even tot leven komt en de kooi van de spiegeling open scheurt. Gary Cooper is als een ongetemd bos. De schrijver wil vrij zijn. Hij spiegelt zich aan de merel, uit wiens bek ’s ochtends gele klanken gulpen.

Ik ben geen schrijver. Ik heb nooit één oorspronkelijke gedachte gehad of onder woorden gebracht en evenmin een stijlvorm ontwikkeld. De gedachten van Vynck, daarentegen, zijn particulier. God is een onbruikbaar spook, de wetenschap is een speeltuin. Het leven is een kijken. De zon, de maan, de mensen en hun schaduwen, de bomen en hun blaadjes, ze worden bekeken en gewogen. Alles staat in een droge, komische vorm. Elk vraagteken verrast ons. Elke vraag staat daar op een eigenaardige manier.

Vorige week gebruikte ik het middagmaal met een man die zijn hele leven hard heeft gewerkt. Eerst heeft hij groenten en fruit verkocht, tot hij heel rijk was, en daarna schilderijen, voor het plezier. Hij vroeg mij wat ik tijdens dit leven had willen zijn. Schrijver, zei ik. Dat treft, zei hij. Ik ook! Ik droom al mijn hele leven dat ik schrijver ben. Elke avond, in bed, denk ik na over de vijf boeken die ik al heb geschreven. De personages, de plot, de woorden. Soms zit ik zo te tobben over dingen die ik anders had moeten aanpakken, dat ik mezelf eraan moet herinneren dat die boeken eigenlijk niet bestaan.

Het is lente. Buiten koert een houtduif. Het licht van de ondergaande zon tint de reusachtige spar oranje. Want achter mijn tuin staat een reusachtige spar, net zoals achter de tuin van mijn vorige huis. En de ondergaande zon belicht beide bomen op dezelfde manier. Zo woon ik in de enge gang van een spiegelbeeld. En daarom ben ik blij dat er mensen als Vynck bestaan, die zich in alle bochten wringen en daarover berichten. Dit boekje vangt aan met een onbescheiden ode aan het eigen volle leven. Onbescheiden zijn is een manier van krullen. Je moet maar durven. En daarom zeg ik: Krul voort, mijn vriend, krul voort. En blijf berichten.

 

 

Hans Theys, Montagne de Miel, 16 maart 2015