Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

xpo - 2014 - Panamarenko in de academie [NL, interview],
, 2 p.

 

 

___________________

Carla Van Campenhout

 

 

Panamarenko’s terugkeer naar de Academie voor Schone Kunsten

Gesprek met curator Hans Theys

 

- U bent curator van een tentoonstelling met werk van Panamarenko, die plaatsvindt in de Lange Zaal van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. Ik heb twee vragen voor u. Wat voor mens is Panamarenko? En hoe hebt u deze tentoonstelling samengesteld?

Hans Theys: Wie is Panamarenko? Kent u het standpunt van Proust, dat we de ervaring van een kunstwerk niet mogen bezoedelen met wat we weten over de mens die het heeft gemaakt? Daartegenover staat de visie van Paul Léautaud, die het leven en het werk van Stendhal even belangrijk achtte, omdat ze beide getuigen van een zelfde sensitiviteit, maar die tegelijk beweerde dat elke oorspronkelijke mens een geheim verbergt. Proust had zeker zo’n geheim. Maar gesteld dat Léautaud gelijk heeft, zou ik, als ik Panamarenko’s geheim kende, dit met u delen? Victor Bockris vertelt ons dat Warhol een para-alcoholicus was, die ervan hield anderen aan te sporen tot drank- en drugsmisbruik. Misschien zegt dit ook iets over Warhols seksualiteit, die allicht een ongebruikelijke gestalte aannam, maar wat leert het ons over zijn werk?

- U antwoordt niet op de vragen.

Theys: Vannacht heb ik gedroomd dat ik u iets zou vertellen over Panamarenko vanuit mijn ervaring met het werk van Léautaud. Het was een ingewikkelde, vermoeiende droom, maar ik zou hem graag proberen samen te vatten. Léautaud hield niet van schrijvers die literatuur bedreven. Hij was altijd op zoek naar de lichte toets: door het plezier gestuurde, maar helder geschreven berichten over de particuliere ervaringen van de auteur. Het verband met Panamarenko bestaat in de duizelingwekkende vrijheid die zo’n standpunt vergt. Hoe kan je kunst maken die geen kunst is? Panamarenko is hierin geslaagd. Hij heeft een manier gevonden om de schoonheid te vieren van de dingen zelf, ‘het échte ding’ zoals hij het noemt. Gezien vanuit het standpunt van iemand die zich heeft bevrijd, ziet onze wereld er heel griezelig uit. De meeste mensen denken en doen wat van hen verwacht wordt. Ik ook. Als ik de pagina’s lees die Léautaud heeft gewijd aan de kruiperigheid van de meeste literatoren en hun onvermogen op een heldere, lichtvoetige manier over iets persoonlijks te berichten, denk ik meteen aan Panamarenko en zijn afgrondelijke eenzaamheid.

- En hoe hebt u de tentoonstelling samengesteld?

Theys: Het had natuurlijk geen zin een tentoonstelling te bouwen die wilde wedijveren met de tentoonstelling die momenteel plaatsvindt in het M HKA. Daarom ben ik vertrokken van een stapeltje papier dat in zijn huis werd aangetroffen nadat hij dit aan de Vlaamse Gemeenschap heeft geschonken en dat vooral schetsen en berekeningen bevat. Ik heb hem die krabbels getoond en gevraagd of hij er iets over wilde vertellen. Zijn commentaar is te lezen in de catalogus. Hierdoor horen deze schetsen voortaan tot zijn oeuvre en kunnen we ze ook tentoonstellen. Daarnaast tonen we de vliegende auto ‘K3’, die ik destijds samen met hem heb opgesteld in Tokyo, twee vliegende rugzakken, een prachtig model van een magnetisch ruimteschip en een dertigtal ‘officiële’ tekeningen. Het wordt een minimale, maar krachtige, poëtische tentoonstelling die hopelijk een beeld oproept van Panamarenko’s fabelachtige kennis, zijn humor, zijn poëzie, zijn technisch vernuft en zijn begaafdheid als tekenaar en beeldhouwer.

- In de catalogus beschrijft u hem als een arbeiderszoon die humor en poëzie gebruikt als breekijzers om in een schijnbaar gesloten wereld plaats te maken voor zichzelf.

Theys: Proust kon Léautaud niet uitstaan. Panamarenko heeft lak aan alle kunstenaars behalve Beuys en Broodthaers. Het lijkt alsof hij zich bedreigd voelt door al wie op een andere manier dan hijzelf gestalte geeft aan zijn of haar bestaan. Waarom? Misschien omdat hij zijn talenten eenvoudigweg heeft ontwikkeld om te ontsnappen aan een leven als dokwerker. Dat zou ook verklaren waarom hij er bijna tien jaar geleden, op zijn vijfenzestigste, gewoon mee kon stoppen. Het was niet meer nodig. Hij had de benepen wereld van zijn jeugd overleeft. Weet u dat Warhol ook een arbeiderszoon was? Daar neem ik mijn denkbeeldige hoed voor af. Ik vind dat indrukwekkend. Hoe verover je een plaats voor jezelf in een wereld die zich als gesloten voordoet? Dat is de vraag. Je hebt er veel lef voor nodig. Lef en uithoudingsvermogen. Zintuiglijkheid en intuïtie wijzen de weg. Humor en poëzie tonen de kieren. En in zo’n kier ga je wonen.

 

 

Antwerpen, 16 januari 2014