Hans Theys est un philosophe du XXe siècle, agissant comme critique d’art et commissaire d'exposition pour apprendre plus sur la pratique artistique. Il a écrit des dizaines de livres sur l'art contemporain et a publié des centaines d’essais, d’interviews et de critiques dans des livres, des catalogues et des magazines. Toutes ses publications sont basées sur des collaborations et des conversations avec les artistes en question.

Cette plateforme a été créée par Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen) en collaboration avec l'Académie royale des Beaux-Arts à Anvers (Groupe de Recherche ArchiVolt), M HKA, Anvers et Koen Van der Auwera. Nous remercions vivement Idris Sevenans (HOR) et Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Els Dietvorst - 2000 - De zwaluwen [NL, essay],
Texte , 6 p.

Montagne de Miel, zaterdag 14 oktober 2000

 

 

Aan Els Dietvorst

 

 

Lieve Els,

Nogmaals dank voor je uitnodiging van vorige week. Ik vond het een eer aanwezig te mogen zijn op je audities. Tegelijk vond ik het ook verschrikkelijk hard. Twee weken geleden ben ik gestopt met lesgeven, omdat ik het moeilijk heb met de leerplicht, de leerstof en de overduidelijke wens van de meeste leerlingen ‘ergens anders’ te zijn. Jouw film heeft daar natuurlijk niet direct mee te maken, maar het zien van al die jonge mensen op de audities roerde de drab weer naar boven. Waarom willen ze acteur worden? Iedereen moet blijkbaar iets worden. Ofwel bankbediende, ofwel, als je geluk hebt, iemand die zijn hele leven om werk moet schooien bij commissiekloten en andere bureaucraten die het voor het zeggen hebben. Niemand kan gewoon thuis blijven en met zijn grootmoeder een boterham met hesp eten.

Na een uurtje heb ik de audities even verlaten om een broodje te halen bij de Suisse. Van deur tot deur, van kleffe nachtwinkel tot obscuur boekenwinkeltje, werd ik geconfronteerd met beelden die mij deden denken aan mijn kortstondige acteurscarrière met bijbehorende slemppartijen in de vroege jaren tachtig.

Wat een wandeling! Het was al jaren geleden dat ik onze hoofdstad nog overdag had bezocht. Ik werd heen en weer geslingerd tussen gisteren en vandaag, bestormd door herinneringen. Bij de Suisse, waar ik als achttienjarige steevast bruine boterhammen met paprikakaas bestelde, stonk het naar dood dier. Spiedend naar een mogelijke bron van deze stank, werd ik ineens getroffen door de grauwe, al halfdode gezichten van de verkoopsters, die ik mij nog steeds voor de geest haalde in hun jeugdige gedaante van twintig jaar geleden. Terugwandelend herinnerde ik mij hoe ik voor het eerst had kennisgemaakt met het theater en met de stad Brussel.

Mijn vader speelde toneel bij een amateurgezelschap dat ‘De Alsembloem’ heette. Om de drie maanden sprak hij zijn tekst in op een draagbaar cassetterecordertje met een bakelieten, externe microfoon. De toneelstukken werden opgevoerd in de feestzaal van de gemeenteschool. Toen ik nog heel klein was, vond ik de pauzes de mooiste momenten, omdat de acteurs dan vrolijk en gezellig alles in orde brachten voor het laatste bedrijf. Ze liepen rond in hun onderbroek, op zoek naar de juiste rekwisieten. Ze maakten grapjes, ze voerden ernstige discussies over de geleverde prestaties en ze dronken snel van hun tas koffie.

Ik heb drie heel precieze herinneringen aan mijn vader in welbepaalde rollen.

In de hoofdrol van ‘Boeing Boeing’ leek hij een beetje op Paul Newman of een andere brave, Amerikaanse schoonzoon. Voor een andere rol had hij een fantastisch kostuum gekregen. Op een dag gingen mijn moeder en ik hem een stapel boterhammen brengen (de sandwich was toen nog niet uitgevonden). Mijn vader had ons zien arriveren en op het moment dat mijn moeder de auto stillegde, huppelde hij naar buiten in een rood duivelspak met een lange, opstaande staart. Hij zag er echt uit als een duivel. Ik was bang en opgewonden tegelijk.

Later heb ik een opvoering van ‘Antigone’ bijgewoond, die mijn vader had geregisseerd. Het was een prachtige voorstelling, die mij nog altijd levendig voor ogen staat. Pas vandaag begrijp ik dat ik dit stuk jarenlang in het hart heb gedragen, omdat ik mij had geïdentificeerd met Antigone en haar hopeloze verzet tegen de wetten van haar oom Kreon (gespeeld door mijn vader). De acteurs droegen eigentijdse kleren. Het leek alsof mijn vader recht uit zijn kantoor op de scène was gestapt om daar door een moedige vrouw getart te worden.

Toen ik ging studeren aan de VUB kende ik van Brussel alleen een plek waar je langspeelplaten kon uitlenen (de mediatheek in Passage 44). De meeste studenten bleven in Etterbeek. Uiteindelijk heb ik de Brusselse binnenstad ontdekt door het theater. Ik had op de campus een affiche opgemerkt met een overzicht van het theaterseizoen in de Beursschouwburg. In die tijd was de Beursschouwburg nog een theater in plaats van een veredelde snackbar.

Zo werd ik op mijn achttiende, net zoals destijds door ‘Antigone’, onherstelbaar getroffen door de opvoering van ‘Hamletmachine’ van Heiner Müller, geregisseerd door Jan Decorte. Ik kon mij toen geen kaartjes veroorloven, maar ik wachtte tot het stuk begonnen was en sloop naar binnen zodra de waakhonden verdwenen waren. Ik ging elke dag opnieuw kijken.

        Er was een ongeziene traagheid in dat toneelstuk, een heel grote concentratie, een grote stillering. Zelden heb ik later theater of film gezien waarin dezelfde traagheid werd aangedurfd zonder dat het vervelend werd. Er bestaat een film van Kurosawa waarin twee helden te paard de weg verliezen in de mist. Keer na keer toont hij beelden van ruiters die onzichtbaar komen aangegaloppeerd en teleurgesteld tot stilstand komen voor de camera. Geen twee keer. Geen drie keer. Twintig keer! Er bestaat ook een film die gebaseerd is op het boek dat Proust’s dienstmeisje over hem heeft geschreven. Sommige beelden van de bezigheden in haar keuken! Zonder verkorting! Niks geen suggestie, alleen de zaken zelf! Een gelijkaardig lef gaat uit van de films van Takeshi Kitano, waarin vaak lange beelden voorkomen waarin je hem ziet wandelen. Enfin soit, dit is een gebrekkige opsomming, maar iets van wat ik wilde zeggen zal er wel aan blijven plakken.

        Vreemd genoeg had ‘De Hamletmachine’ hetzelfde onderwerp als ‘Antigone’, alleen ging het nu over het verzet tegen Stalin en de rode partij, vermengd met het verzet van twee jonge vrouwen tegen een kannibalistische vader uit de oude Griekse wereld. Zoals ik als twaalfjarige verliefd was geworden op Antigone, die gespeeld werd door Sonja Brigou, werd ik nu verliefd op Bea Rouffaer, die een van beide rollen speelde. Het is duidelijk dat ik naar het theater trok om verliefd te worden op mijzelf, vermomd als tragische heldin.

Ineens was ik terug aan het Fontainasplein. Mijn broodje was op en ik nipte aan mijn cola. Vijftien jaar eerder had ik dit plein vaak bezocht, zittend in de wagens van dronken kunstenaars die er ‘s ochtends jongens gingen oppikken. De jongens stapten in de wagen als wandelend speelgoed. De kunstenaars in kwestie zijn nu doodgestorven aan Aids.

        Iemand vroeg mij eens wat ik de mooiste stad ter wereld vond. ‘Brussel’, zei ik. Ik vind Brussel nog steeds een mooie, chaotische, katholieke, zondige, lelijke stad, maar die middag, na een fatale onderdompeling in jouw audities, leek het of alles duister en donker geworden was.

Er is niks zo verschrikkelijk als mensen die willen acteren of, erger nog, acteur of actrice worden. Wat een slecht idee! Er bestaat een wonderlijk verhaal van Borges waarin hij het ontstaan van het theater laat vertellen door iemand die niet weet wat theater is. Wat een vreemde wens de woorden van iemand anders te willen spreken… Ooit vertelde een vrouw mij dat ze op dezelfde dag geboren was als de speelgoedpop Barbie, in 1958 geloof ik. In dat beeld zag ze heel haar lot vervat. Eigenlijk zijn wij allemaal op dezelfde dag geboren als deze schone heldin uit Hollywoodland.

Ik bewonder je wens te werken met mensen uit Brussel die uit de boot gevallen zijn. Ik vind het een prachtig idee met hen een film over Rimbaud te maken. Maar wat een opdracht! Ik zat daar op de vloer van je container, kijkend naar al die jonge en oude, arme en verwende mensen die een voor een binnenkwamen en in jouw film wilden spelen en zonder het te weten kwam ik terecht in mijn eigen oude wurgdroom zèlf Barbie te mogen zijn en zèlf heupwiegend door jouw film te mogen stappen en de blikken van mannen en vrouwen door mijn wijde, deinende passen naar mijn … te zuigen, hun adem te laten stokken en met mijn draaiende billen hun hart in een knoop leggen dat het niet meer te ontwarren is en toegeplooid voor altijd, behalve als ik lief naar hen kijk.

Ziehier wat ik wilde vertellen over het theater. Maar ik heb bijna niks verteld over de uren die ik heb doorgebracht in de gevangenis van Sint-Gillis, luisterend naar de levensverhalen van de gevangenen en ik heb je ook nog niks verteld over de lessen Nederlands en geschiedenis die ik heb gegeven in een Brussels atheneum, in klassen die gevuld waren met ontgoochelde en verdwaalde jonge mensen. Zelfs in ons land, een van de rijkste landen ter wereld, worden teveel mensen ontgoocheld. Ze worden allemaal vermalen in een onderwijssysteem dat onaangepast en vals is en dat als enig doel lijkt te hebben de jongeren van de straat te houden.

        Ik heb eens gelezen dat Rimbaud schandaal veroorzaakte in zijn geboortedorp omdat hij pijp rookte terwijl hij over straat wandelde. Jonge mannen mochten geen pijp roken. Tegenwoordig mogen ze ook niet meer over straat lopen. Ze moeten levend verpletterd, gekartonniseerd en getupperwariseerd worden. In de gevangenis raadde ik jonge mannen van 18 tot 22 aan opnieuw te gaan studeren. Op school had ik de neiging hun even oude kompanen aan te raden banken te gaan overvallen.

Ik druk je teder aan mijn borst, Els, en wens je mooie avonturen toe,

 

 

Hans