Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Over afstandsonderwijs - 2020 [NL, essay],
Tekst , 4 p.

 

____________

Hans Theys

 

 

Over het nieuwe afstandsonderwijs in Pauvranië

Verzuchtingen van een hippie uit de jaren tachtig

 

  1. Inleiding

Het is ontstellend tijdens je leven gaandeweg of schoksgewijs te moeten vaststellen hoe weinig er eigenlijk geweten is.

(Als je ziet hoe er in ons land bomen worden gerooid, gesnoeid en aangeplant, begrijp je dat bijna niemand weet hoe de verschillende bomensoorten zich eigenlijk voeden en wat ze eigenlijk nodig hebben om een menswaardig bestaan te kunnen leiden. Je voelt ook geen enkel verlangen een eind te maken aan deze onwetendheid. We stuiten hier op het verschijnsel dat Nietzsche ‘de fundamentele wil tot niet-weten’ heeft genoemd.)

Een van de dingen waar we heel weinig over weten, is het onderwijs.

Zo rijzen vandaag vragen over de mogelijkheid van ‘onderwijs op afstand’. Een grappige vraag eigenlijk. Want onderwijs is precies het overbruggen van afstand. Afstand is er altijd geweest, alleen sommige leraren (van alle kunne) kunnen je helpen die te overbruggen.

Afstandsonderwijs is dus niet nieuw, het is oud en inherent aan onze onwetendheid.

Vreemd genoeg vertrekt het onderwijs bijna nooit vanuit een bewustzijn van onze algemene onwetendheid, maar vrijwel altijd vanuit de zogezegde singuliere onwetendheid van het individu en de voorgewende alwetendheid van de leraar.

Het onderwijs zou het kind en de jongvolwassene er op een nederige manier moeten van doordringen dat we nog steeds bijna niets weten over om het even welk onderwerp, dat studeren nog even zinvol is als drieduizend jaar geleden en dat zijn, haar of hun leven niet voor niets geleid hoeft te worden.

De democratisering van het onderwijs heeft niet geleid tot meer kennis en inzicht, maar tot meer onwetendheid die zichzelf niet meer kent. De mensen weten bijna niets, maar weten dat niet meer. De democratisering van het onderwijs is het grootste gevaar voor de democratie.

Zoals de algemene onwetendheid (die zichzelf niet kent) pas haar intrede deed met de uitvinding van het onderwijs, zo deden ondervoeding en hongersnood pas hun intrede na de ontwikkeling van de landbouw. Het voordeel van de landbouw is niet dat we er gezonder door worden of beter van kunnen eten, maar dat we er twee legers mee kunnen voeden: een leger zwaardvechters en een leger pennenlikkers. Zonder soldaten en boekhouders kan je geen rijk organiseren. Het gevolg daarvan is, dat wij leven in een wereld die georganiseerd is door soldaten en boekhouders.

Het onderwijs is een uitvinding van de boekhouders.

Dyslectie, wat we zouden kunnen beschouwen als een indicatie voor grotere visuele, olfactieve, haptische, culinaire, musculaire, tonale, ritmische of andere vermogens, is alleen een anomalie in een onderwijssysteem dat is gericht op letterdenken. Dyslectische mensen schrijven soms prachtige teksten, klankcollages die verwijzen naar concrete dingen en sensuele dromen, voorbij de mechanische droogheid van de kartontaal. Het letterdenken is een pest.

Dankzij het onderwijs, gaat de rijkdom van alle talen verloren. Dankzij het onderwijs heeft vrijwel iedereen een afkeer van alle wetenschappen, van wiskunde, van literatuur, van schaken, van dieren, van bomen, van levende mensen.

 

  1. Midden

Al wie echt wil studeren, zo lijkt mij, zal vandaag gelukkig zijn dat hij, zij of hen rustig thuis mag blijven en ongestoord mag lezen of op verkenning gaan doorheen het digitale zwerk. Wat we al weten, kunnen we immers in boeken en artikels vinden. We hebben niemand nodig om die woorden voor ons te herhalen.

Tenzij we op zoek zijn naar inzichten die zich op menselijk vlak afspelen, dan hebben we mensen nodig.

En tenzij we op zoek zijn naar inzichten die moeten voortkomen uit een handeling of een reeks handelingen. Want de meeste dingen leren we door ze te doen.

Want hoe kan iemand vandaag leren lassen, metselen, koken, zingen, dansen, musiceren of theater maken? Hoe gaat dat, gezeten voor je schermpje, op je studentenkamertje?

Iedereen kent de paradox van het meetinstrument, dat alleen maar kan meten wat het kent (waar het voor ontworpen is). Het meetinstrument belet de ontdekking van dingen die het niet kan meten.

De behoefte mensen en kinderen van de straat te houden, op te sluiten en jarenlang zodanig bezig te houden met onzin dat ze volledig afgestompt zijn, is een politieke behoefte. Overdag zijn de straten leeg. ’s Avonds zijn de straten leeg. De straten zijn altijd leeg. Maar waarom? Waar zijn de bomen, de kinderen en de mensen?

Wie in ons land drie jaar oud is, wordt verplicht een hele dag stil te zitten. Daarom moeten we als volwassene opnieuw leren bewegen. Wie kan blijven zitten, moet leren voor een scherm te blijven zitten. Wie braaf is, blijft naar dit scherm kijken tot zijn, haar of hun dood.

Hoe zouden we afstandsonderwijs hebben georganiseerd als er nog geen computer en internet hadden bestaan?

Allicht zouden de straten, parken en bossen zich opnieuw gevuld hebben met spelende kinderen en naar elkaar luisterende wandelaars. Het leven zou weerwraak genomen hebben. De schoolmeesters en regelneven zouden in de hoek gezet zijn. Het ‘onderwijs’ zou meteen afgeschaft zijn en vervangen door waardevolle, persoonlijke gesprekken met mensen die iets meer wisten dan jijzelf en door een verrijkend, inzichten genererend handelend denken.

De straten, de parken en de bossen, maar ook kerken, kloosters, abdijen en alle openbare gebouwen: rechtbanken, scholen, theaters, musea en postkantoren, alle hallen, stapelhuizen, zalen, hangars en schuren, alle leegstaande huizen en alle ongebruikte garages: overal zouden de scharesliepen zingen, de trompetten toeteren, de komedianten acteren, de acrobaten tuimelen en de metselaars bouwen. Overal zou worden gekookt, gelezen en gemusiceerd.

Mensen zouden opnieuw bij elkaar in de leer gaan.

Ze zouden niet meer denken dat ze alles al wisten.

Er zouden weer bomen geplant worden. (Zelfs fruitbomen.)

De openbare ruimte zou anders gebruikt worden: als een vrijzone. Overal zou je beeldhouwers zien en dichters en schilders en entomologen en vlinderkenners en dichtende en schakende lepidopteristen (zoals Nabokov) en lezende, muziekminnende neurologen en varenliefhebbers (zoals Sacks) en biologen die geschiedenisboeken schrijven (zoals Jared Diamond).

En er zouden geen stofzuigers, zelfrijdende grasmachines en supersonische barbecuestellen meer verkocht worden.

En in bos en dal zou het weerklinken: Leve de afstand! Leve het afstandsonderwijs! Leve de bewuste onwetendheid! Leve de mens!

 

  1. Slot

Maar het bestaan van de computer en het internet, net als onze gehechtheid aan een louter uit woorden bestaande tweedehandse kennis, zijn als meetinstrumenten die onze blik beperken. En daar houden we van. We worden graag beperkt. Want dat hebben we op school geleerd.

Dus doet iedereen maar alsof. Iedereen viert het simulacrum, zonder dit ooit te bekennen. Iedereen gaat voor zijn schermpje zitten en doet maar wat. Iedereen verveelt zich. Iedereen vraagt zich af wat daar de zin van kan zijn. En iedereen gehoorzaamt.

Iedereen? Neen. In kleine, Gallische dorpjes zijn er nog mensen die zelf boeken lezen, die de dingen zelf uitproberen, die in de leer gaan bij de smid, de visverkoper en de druïde, en die graag rondkuieren in het bos. Of die voor hun studenten nieuwe vormen van interactief onderwijs bedenken en hen verder helpen door te wijzen op het bestaan van boeken, door hen het bos in te sturen, door hen te helpen zelf inzichten te genereren door een oefenende omgang met de dingen. Door hen te helpen de afstand te overwinnen die hen van de dingen scheidt.

 

Montagne de Miel, 13 november 2020