Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Koen Theys - 2020 - De geboorte van een nieuwe wereld [NL, essay],
Tekst , 1 p.

 

 

_______________________

Carla Van Campenhout

 

 

De geboorte van een nieuwe wereld

Over recent werk van Koen Theys

 

 

Dat het vuur de vader is van alle dingen, zoals Herakleitos schreef, kan alleen een vrouw waarlijk aanvoelen, dacht ik, maar de nieuwe sculpturen en olieverfschilderijen van Koen Theys aanschouwend, voel ik de vroeger schijnbaar stevige grond onder mijn naaldhakken verschuiven. Iets vloeiends voel ik hier, iets onvasts, iets dat verandert en beweegt, iets dat broeit.

 

In een opgetekend gesprek dat dertig jaar geleden plaatsvond, verklaarde Theys de romanticus in zichzelf volledig te beheersen en niet de storm te willen oproepen in zijn kunst, maar wel de stilte die eraan voorafgaat, de opgebouwde spanning. Naar zijn gevoel was er een griezlige verwantschap tussen romantiek, berkenstammenkitsch, fascistoïde schwärmerei en gedicteerde staatskunst. Zijn eigen werk was ingehouden, ‘understated’, vliesdun en transparant zonder minimalistisch te zijn. Hier en daar liet een kleine rimpel zich lezen, zoals wanneer we in zijn laatste film, waarin hij gestalte geeft aan een roerloze dag in een westernstadje, plots een straaljager horen overvliegen en een nauwelijks merkbare kleurverschuiving over het beeld glijdt.

 

Maar vandaag doen zijn werken zich voor als een verrukkelijk esthetisch spel, een feest van kleur en suggestie van beweging, waarin likkende vlammen naar ons lijken te lachen. Pas bij een nadere blik blijken we naar brandende autobanden te kijken (althans naar een geschilderde evocatie ervan), naar het werk van relletjesschoppers, die aan de rand van de beschaving streven naar een menswaardig loon, een menswaardige huisvesting, een menswaardig bestaan. En we begrijpen waarom de onstuitbare accumulatie van het kapitaal door sommigen vergeleken wordt met de aanzuigkracht van zwarte gaten: de zwaarste en kleinste punten van het heelal, waar geen licht ooit uit terugkeert.

 

Kijkend naar de krullende, zwart-grijze stapelsculpturen die aan Chinese gongshi doen denken, die eigenlijk van rook gemaakt zijn, herinneren we ons het fecale verhaal van een wereld in verandering, dat alles tot stof wordt, bedoelen we, maar dat uit dit stof, op geheime, ondergrondse wijze, nieuwe lichamen geboren worden, nieuwe geesten, nieuwe daden en nieuwe werelden.

 

 

Fontaine d’Amour, Kerst 2020