Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

ESSAYS, INTERVIEWS & REVIEWS

Christophe Lezaire - 2021 - Alice in laboratoriumland [NL, essay],
Tekst , 2 p.

 

 

_____________

Hans Theys

 

 

Alice in laboratoriumland

Over het werk Van Christophe Lezaire

 

 

Alice in laboratoriumland

 

 

Tijdens een recent bezoek aan het atelier van Christophe Lezaire (°1963), stuitend op de twijfels van de kunstenaar, gingen de volgende woorden door mij heen: allereerst heb je een visie nodig, dan een geleidelijk verscherpende, specifieke manier van kijken en voelen, dan een voorliefde voor bepaalde materialen of technieken, dan een onderwerp of twee, dan een volgehouden praktijk die zowel een toenemende handigheid als onvoorspelbare ontsporingen mogelijk maakt, dan de nodige afstand om gemaakte dingen niet meteen te vernietigen, dan genoeg stapelruimte.

De visie van de kunstenaar is de manier waarop hij, zij of hun de wereld ervaart, een gevoel over wat klopt en niet klopt, wat opgeruimd mag worden en waar nog niet genoeg van bestaat, het is een ethisch en esthetisch richtingsgevoel, een droom, een afkeer, een bezieling, een hartstocht, doordrongen van hoop, wanhoop, geloof of scepsis, en dit alles samengevoegd tot één zielkundige mayonaise die je bewegingen stuurt.

Allicht hebben alle mensen een specifieke manier van kijken, ordenen, ritmeren, interpreteren. Bij kunstenaars bepaalt die blik hoe hun werk eruit zal zien. Door het bezig zijn, door het maken, wordt hun blik geleidelijk verscherpt, ook al blijft hij grotendeels of volledig onbewust.

Lezaire is een sprokkelaar, geen jager. Geen groot doel ziet hij voor zich, dat binnenkort een abstracte vorm zal aannemen. Hij wil geen groot beest opsporen, afmatten en doden, dat binnenkort het Beest zal worden, dat niemand ooit gezien heeft. Zijn blik is gericht op de grond, waar hij schelpjes ontdekt, kiezelstenen, paddenstoelen, bessen, vogelnestjes en toevallige patronen die hem doen denken aan lichaamsdelen en zich soms voordoen als maskers.

Hij is een man met oog voor het concrete, iemand die de dingen koestert. Langzaam tonen deze voorwerpen hun vermogen iets anders te zijn dan zichzelf. Soms ontmoeten ze elkaar toevallig en vormen ze een nieuw ding.

Als hij schilderijen maakt, tekeningen of collages, kan je vaak geen onderscheid maken tussen deze drie geijkte vormen, omdat elke mogelijke handeling en elk mogelijk materiaal in aanmerking komen. Het atelier van Lezaire is als een laboratorium waar papier, karton, paneel, doek, lijm, verf, pigmenten, verdunners en andere nondescripte bestanddelen elkaar mogen ontmoeten en samen onverwachte vormen opleveren, vaak met prachtige, tedere kleurencombinaties, vloeiende of anderszins organische lijnen of vlekken en wonderlijke, doorleefde texturen.

Onder de sculpturen die hij het voorbije jaar heeft gemaakt, bevinden zich ook twee voorwerp-schilderijen: een ervan wordt omlijst door een groene spanriem. Allebei hebben ze een prachtige, bijna levende oppervlaktetextuur waarvan de ontstaansgeschiedenis niet achterhaald kan worden. De kunstenaar vertelt mij hoe hij het oppervlak heeft gemaakt. Soms lukt het, vaak mislukt het. Alles hangt af van dosering en timing. Er is zowel veel tijd en geduld nodig, als precisie.

Eén sculptuur bestaat uit de zes strengen van een rood geschilderd en nadien uiteengerafeld dik touw. Bovenaan hangen ze aan zes spijkers, onderaan krullen ze zich naar elkaar toe. Een mooi en weerloos werk, waarvan de trillende lijn ons doet denken aan de meanderende oppervlaktetextuur van de hierboven beschreven voorwerp-schilderijen.

De ontwikkeling van dit soort oeuvre vergt enorm veel tijd, die traag en geduldig doorgebracht wordt in het atelier, kijkend naar en levend met voorwerpen, scalpels, scharen, vernissen, pigmenten, allerlei soorten lijmen enzovoort. De voorwerpen zijn afkomstig van regelmatig terugkerende strooptochten op de grootste rommelmarkt van het land, waar Lezaire op zoek gaat naar mooie boeken, CD’s en andere, niet te omschrijven voorwerpen die hem aanspreken. Toch is hij geen ‘hoarder’, zoals dat vandaag ook in onze taal wordt genoemd. Zijn huis en atelier zijn strak, toegankelijk en helder verlicht. Vooral kleine voorwerpen vinden hun weg naar deze plek, voorwerpen die hij als een moeder verzorgt en als een gevoelige kwajongen demonteert.

Sommige collages bestaan uit veterdunne reepjes schilderdoek die in een golvende beweging vastgekleefd zijn op stevig papier. Later worden dezelfde reepjes ook gebruikt om een hangende sculptuur te maken.

‘Ik ben als Alice in Wonderland,’ vertelt Lezaire, ‘een veilig en vertrouwd fort bouwend met voorwerpen die ik op mijn weg vind.’ We voelen niet alleen het wereldbeeld en de visie van een zorgende, sprokkelende man, we maken ook kennis met zijn blik, die zich in elk werk op een verwante manier openbaart. We voelen toewijding en aandacht. We maken kennis met ernst en spel, als de in elkaar overlopende zijden van een Möbius-ring. We ontmoeten tederheid, kwetsbaarheid en volharding. We ontmoeten een mens.

 

 

Montagne de Miel, 6 januari 2021