Hans Theys is een twintigste-eeuws filosoof en kunsthistoricus. Hij schreef en ontwierp tientallen boeken over het werk van hedendaagse kunstenaars en publiceerde honderden essays, interviews en recensies in boeken, catalogi en tijdschriften. Al deze publicaties zijn gebaseerd op samenwerkingen of gesprekken met de kunstenaars in kwestie.

Dit platform werd samengesteld door Evi Bert (M HKA / Centrum Kunstarchieven Vlaanderen). Het kwam tot stand in samenwerking met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen (Onderzoeksgroep ArchiVolt), M HKA, Antwerpen en Koen Van der Auwera. Met dank aan Idris Sevenans (HOR) en Marc Ruyters (Hart Magazine).

Gijs Milius - Poppen

Poppen Foto: Hannelore Vandepoel
29 April - 29 May 2022
M HKA, Antwerp

Curator: Hans Theys

- Eén van deze poppen was voor het eerst te zien in de Brusselse kunstenaarsplek Établissements d’en Face tijdens je solotentoonstelling ‘OF/OF OFWEL EN/OF OU/OU OU ET/OU’ in september en oktober 2016. Je maakte er een paar bij voor de solotentoonstelling ‘Gezelligheidsvereniging De Bovenkamer’ in  Galerie Mieke van Schaijk (’s Hertogenbosch) die liep van januari tot en met maart 2018. En een ervan was ook te zien tijdens de groepstentoonstelling ‘Présent’ in het Van Buuren Museum in 2018. In 2019 werden ze samengebracht voor de groepstentoonstelling ‘Vrijheid vandaag’ in Aardenburg. Ik herinner mij de sublieme tentoonstelling in Établissements d’en Face: op de begane grond was een klassiek opgehangen reeks tekeningen te zien: felkleurige evocaties van een ietwat ontheemde wereld. In het midden van de ruimte stond een soort hekje dat ongeveer een kubieke meter niets omsloot en waarvan de vorm ontleend was aan de leuning van een van de twee trappen die de toeschouwer naar de kelderruimte voerden. Beneden was deze trap afgesloten met een identiek hekje dat was ontstaan door de trapleuning te verlengen. De bezoeker kon niet verder.

Gijs Milius (°1985): Beneden wilde ik een beeldentuin maken, waarin je beelden tegenkwam die je boven in de tekeningen had ontmoet, alsof de wereld van de tekeningen naar buiten was geplopt of naar binnen gepopt, afhankelijk van je positie. Wie langs de andere trap naar beneden ging, liep doorheen de beeldentuin en maakte er deel van uit voor de toeschouwers achter het hekje, die zich op een soort van uitkijkpost bevonden.

- Vandaar de titel van deze tentoonstelling?

Milius: Ja, ik vind ‘poppen’ wel een leuk werkwoord. De eerste titel was ‘De gezelligheidsvereniging in tijdelijke opslag bij het M HKA’, maar dat bekte niet zo lekker.

- Je vertelde mij dat de kunstenaar Nicolas Bourthoumieux die eerste pop voor Établissements d’en Face maar niks vond, als een knieval voor de vigerende figuratieve vulgariteit. De figuratie lijkt echter maar een vermomming voor een vreemd soort bulten of gezwellen die zich ongevraagd aan ons opdringen.

Milius: Hij vond niet de eerste pop slecht, maar de latere poppen. Toch is hij later van gedachte veranderd. Hij heeft er zelfs een opgenomen in een groepstentoonstelling. Het is normaal dat we eerst niet goed weten wat we zien. Voor mij is iets alleen spannend of boeiend als je de juiste hoeveelheid schaamte voelt wanneer je het gaat tentoonstellen. Je bent er enthousiast voor geworden, maar het is niet echt duidelijk waar je mee bezig bent. Pas later kan je zien wat je jezelf of anderen ermee hebt aangedaan. Een ‘risico’ zou ik het niet noemen, want het gaat maar om een tentoonstelling natuurlijk. Maar schaamte is er wel.

 

Hans Theys, Montagne de Miel, 7 maart 2022